DE TOVERBOON IN DENDERMONDE

FREINETSCHOOL MET KINDEROPVANG IN HET KADER VAN DE PROCEDURE ‘SCHOLEN VAN VLAANDEREN’

 
 

Gelukkig groot worden, groeien in en rond de school

Een brede school is méér dan een plek om te leren: het is een plek die leeft, verbindt en kansen biedt. De Toverboon staat op de grens tussen bebouwing en open landschap, en zoekt daar letterlijk de overgang. De school richt zich met open armen naar de wijk, met een blik die reikt tot aan de horizon.

Het programma, rijk aan leeftijden, activiteiten en ritmes, ordenen we als een sequentie van plekken die zich stap voor stap ontvouwt. Binnen één compact en leesbaar gebouw loopt een traject van ontmoeting en ontdekking: van het gezicht van de school, over het doorzicht naar het landschap, tot de geborgenheid van de binnenwereld. Elke overgang krijgt zijn eigen sfeer, open waar het kan, beschermend waar het moet. Die opeenvolging volgt de schaal van het opgroeien zelf: van de eerste opvang in de crèche, naar de ontdekking van de kleuterklas, tot de zelfverzekerde stap naar de lagere school. Elk deel ademt de juiste schaal, het juiste tempo. Zo wordt leren niet enkel een activiteit, maar een ruimtelijke ervaring van groter worden.

 

Eén gebouw, meerdere werelden

In dit ontwerp delen de academies en de buitenschoolse opvang verschillende ruimten met de basisschool. De sportzaal vormt een ruim hart van beweging. De zones die gemeenschappelijk worden gebruikt zijn duidelijk afgescheiden van wat exclusief tot het basisonderwijs behoort, zodat elke gebruiker in een veilige en overzichtelijke omgeving kan werken.

Het onthaal ligt centraal en heeft zicht op alle bewegingen in en rond de school. Leveringen gebeuren via een aparte dienstdoorgang tussen crèche en school, buiten de beveiligde poort, zodat de dagelijkse werking ongestoord blijft. Bezoekers van het brede gebruik delen de hoofdinkom, maar krijgen onmiddellijk daarna een eigen circulatiepad dat niet door de klaszones loopt. De naschoolse opvang heeft een rechtstreekse toegang vóór de poort. Zo ontstaat een stedelijk weefsel in het klein, waarin verschil geen scheiding vormt maar verbinding brengt.

 

Een gedeeld hart

Binnen de maximaal toegelaten fysieke norm bieden we niet enkel de gevraagde netto-oppervlakken, maar ook bijkomende ruimtelijke kwaliteiten.
Refter en polyvalente ruimte grenzen over meer dan acht meter aan elkaar en openen zich naar de patio, waardoor binnen en buiten visueel én functioneel in elkaar overvloeien. Bij mooi weer breiden de ruimtes zich letterlijk uit tot in de buitenlucht. Boven deze collectieve ruimtes ligt de sportzaal, visueel verbonden met de onderliggende polyvalente ruimte: een verticale dialoog tussen functies. De hoofdcirculatie op beide verdiepingen loopt langs deze open zones en blijft in contact met het landschap van weides en populieren.
Een centrale vide met daklicht brengt licht tot diep in het gebouw en creëert een visuele en pedagogische relatie tussen kleuters en lagere school. In de vide vertrekt een trap met geïntegreerd podium die afdaalt naar de refter, een levendige beweging doorheen het hart van de school, die spel, ontmoeting en oriëntatie combineert. De balustrade rond de vide is akoestisch absorberend uitgevoerd: een zachte akoestische scheiding tussen de niveaus, terwijl de visuele verbondenheid behouden blijft.



 

Klassen naar elkaar en naar het landschap

De klassen scharen zich rond een gedeelde binnenruimte: op het gelijkvloers de polyvalente ruimte van de kleuters, op de verdieping de vide met rondgang voor de lagere school. Alle klassen op één na zijn volledig noord-zuid georiënteerd, met grote ramen die overvloedig maar diffuus daglicht binnenlaten. Zo ontstaat een zachte, constante lichtkwaliteit, gunstig voor concentratie en comfort, en de juiste balans tussen natuurlijke opwarming en zonwering, waardoor het energieverbruik laag blijft.

Elke klasruimte richt zich met één zijde naar een meer introverte, gedeelde tussenruimte die ontmoeting en kleine groepsactiviteiten stimuleert: een plek tussen klas en gang, tussen stilte en beweging. De andere zijde opent zich naar buiten, naar klassentuintjes en naar het uitgestrekte landschap.

Buiten kreeg de schoolomgeving diverse zones met zachte overgangen, ontharding en klastuintjes. Het voorplein blijft volledig gevrijwaard en nodigt uit tot ontmoeting. De fietsenstalling ligt strategisch op het inkomplein, zodat fietsers hun fiets stallen direct na het inkomplein en enkel het plein delen met voetgangers; de effectieve toegang tot het schooldomein blijft uitsluitend voor voetgangers.

 

Een biobased interieur

De warme, zachte tinten lopen door in het interieur. In de gemene delen blijft het invulmetselwerk, aansluitend in kleur, op een bepaalde hoogte in het zicht. Voor de eerste uitrusting, kastjes, kapstokrekjes, lambrisering, kiezen we biobased materialen zoals multiplex of blokplaten in rubberwood en vuren. Eén zachte, herkenbare kleur loopt als een draad door de verschillende ruimtes en brengt rust en samenhang. De losse inrichting laat ruimte voor het lerarenteam om verder te 'kleuren', een palet dat samen met de school leeft.

 
 
 
Vorige
Vorige

HET VERTICALE DORP

Volgende
Volgende

KUNSTACADEMIE ZAVENTEM