ASTRIDS BLAUW

VERBOUWING VAN EEN HERENWONING, GENT

 
 

Astrid’s blauw

Het statige herenhuis aan de Koningin Astridlaan, vlak bij het Gentse Sint-Pietersstation, dateert uit 1912. Decennialang werd enkel de gelijkvloerse verdieping bewoond, en precies daardoor is er nooit aan de authentieke elementen geprutst: de glasramen boven de voordeur, de mozaïekvloer in de inkomhal, de met stillevens beschilderde plafonds en hun sierlijsten ontsnapten aan de verbouwingsgolf met planchetten en verlaagde plafonds uit de jaren zeventig en tachtig.

Wat er wel bij gekomen was, was een allegaartje van bijgebouwen met nog wat koterijen erbovenop, verbonden via een diensttrap. Die blokkeerden niet alleen het zicht op de ruime, zuidgerichte stadstuin, maar ook alle zonlicht. Het was er donker, en met een cluster aan gangen en kamers ook heel onrustig. Het uitzuiveren van de ruimte was de eerste opgave.



 

Johnny Umans

 
 

Minder bouwen

De bewoonbare oppervlakte was te groot voor een gezin van vier. Ons voorstel was daarom om juist mínder te bouwen. Alle achterbouwen gingen tegen de vlakte, waardoor de tuin er ettelijke vierkante meters bij won. Pas toen de koterijen verdwenen waren, werd duidelijk hoe uitzonderlijk breed het perceel is.

Dat wilden we accentueren door in de hoogte te werken. Het huis wordt met één gulle geste voorzien van een nieuwe achterkamer die zich over tweeënhalve verdieping uitrekt. De zo ontstane vide verbindt de klassieke stapeling van afgesloten kamers van het hoofdgebouw op een verrassende manier: een sas tussen binnen en buiten, maar evengoed een hart waarin het gezin op verschillende momenten van de dag met elkaar in verbinding kan staan. De ene ouder leest 's avonds op het binnenbalkon voor, terwijl de andere aan het fornuis staat.

Het orgelpunt van de vide is het ronde raam dat vanuit de trappenhal en het aanliggende balkon zicht biedt over de tuin. De nieuwe achtergevel is vertrapt ontworpen, zodat hij aan beide zijden aansluit op de kroonlijsthoogtes van de buren. Op het laagste dakdeel ligt een groendak met weelderige grassen — een heerlijke groenfilter voor de naastliggende slaapkamer. En de gevel duikt door tot in de kelder, waar een extra bureauruimte achter een beglaasde wand uitkijkt op de getrapte tuin.

Johnny Umans

 

Johnny Umans

Kleur als scharnier

Binnen doen we de overgang tussen oud en nieuw met kleur in plaats van met een breuk. Blauwe, glanzende tegels weerkaatsen het invallende zonlicht door de glazen tussendeuren en grijpen terug naar de voordeur. Voor de speel- en woonkamer kozen we warme pasteltinten die ook in de oude plafondschilderingen voorkomen. Tussen die warme en koele uitersten kwamen we uit op paarstinten: grote lichtpaarse vlakken rondom de vide, een hedendaagse vertaling van de lambriseringen in het oude deel, die de vide een menselijke schaal geven waarin je anders verloren zou lopen.

Elke kamer onderging dezelfde aanpak. In de slaapkamer van de ouders wordt het groen van de boomkruinen waarop ze uitkijken herhaald. De kleur van het balkon is afgeleid van de paarse keuken en de roze badkamer, terwijl de stalen pergola in de tuin nog een andere rozetint toont dan de achtergevel. Die pergola raakt met de jaren overgroeid door klimplanten en houdt zo de inkijk van de buren tegen.

 

Een huis dat luistert

Het uitgesproken kleurgebruik is vooral een weerspiegeling van de smaak van de bewoners. Dat is misschien wel het mooiste aan dit project: het is een huis geworden dat naar zijn bewoners luistert en hen tegelijk hoorbaar maakt voor elkaar.

 
 

Johnny Umans

 
 
 
 
 
 
 

foto’s Weekend Knack

Volgende
Volgende

DE KLEINE PRINS