10.26 ‘A+ 319 - RECLA+IMING BEAUTY’

PUBLICATIE

 
 

‍ ‍

Saar Meganck in A+ 319 - Recla+iming Beauty

Kan je architectuur nog schoon noemen zonder dat het woord leeg wordt? In het nieuwe nummer van A+, met Maarten Delbeke als gastredacteur, schreef Saar Meganck het opiniestuk Het epitheton als kritisch instrument.

Ze vertrekt bij de Griekse dichters. Homeros noemt de dageraad “rozevingerig”, Stesichoros een rivier “wortel-zilver”. Die bijvoeglijke naamwoorden zijn geen versiering. Ze maken het verschil hoorbaar tussen wat je ziet en hoe je het ervaart. Saar stelt voor om schoonheid op dezelfde manier te benaderen: als een reeks nauwkeurige benamingen, niet als één eindoordeel. Ritme-wevende schoonheid. Schaduw-koesterende schoonheid. As-ontregelende schoonheid. Elk woord trekt de aandacht naar iets wat een gebouw doet, en wat een algemene categorie onzichtbaar laat.

Het essay bouwt verder op haar bijdrage Pink-fingered Dawn in Beauty in Architecture (Bloomsbury, 2025). Het is geïllustreerd met haar eigen foto’s van de abdij Roosenberg van Dom Hans van der Laan in Waasmunster.

Het gesprek over schoonheid gaat niet over heimwee naar ornament of harmonie. Het gaat over de voorwaarden om ontvankelijk te blijven, en die moeten we verdedigen.

A+ 319, Recla+iming Beauty · volume 53 (2026) nr. 4 · Saar Meganck, “Het epitheton als kritisch instrument”, p. 20

Volgende
Volgende

10.26 ‘ARCHITECTURE IN BELGIUM’